“Wonen is ook rekening houden met elkaar”
De organisatie voorbereiden op de nieuwe manier van financieren. Dat doet Kees Bouma, projectcoördinator invoering zorgzwaartebekostiging bij Promens Care. Een gesprek over kleinschaligheid, solidariteit en de rol van cliëntenconsulenten.
Promens Care is een stichting met uitsluitend kleinschalige voorzieningen, voor mensen met verstandelijke, psychiatrische of psychosociale beperkingen. De woonvoorzieningen liggen in de wijk en bieden plaats aan 12 tot 25 cliënten. Hoe lang nog? Projectcoördinator Kees Bouma heeft zijn twijfels. “Wij maken de overstap naar zorgzwaartebekostiging met onze bestaande kleine eenheden. Onze cliënten wonen immers naar hun zin. We merken wel dat de grenzen verschuiven. Financieel-organisatorisch vráágt zorgzwaartebekostiging om een grotere schaal. Misschien dat we daar voor nieuwe eenheden wel voor kiezen.”
Meerwaarde
De woonvoorzieningen van Promens Care zijn niet alleen klein, ze zijn ook divers van samenstelling. “Daar kiezen we bewust voor”, legt Kees uit. “Heterogeniteit heeft een meerwaarde. Een bewoner die goed loopt, kan bijvoorbeeld veel betekenen voor iemand die rolstoelafhankelijk is.” In de tijd dat een instelling voor iedere bewoner in principe hetzelfde budget kreeg, was die samenstelling zelden een probleem. Met zorgzwaartebekostiging moet de zorg nadrukkelijker voor iedere individuele bewoner worden ingevuld. “Dan kunnen de individuele ‘rechten’ wel eens haaks op de groepssolidariteit komen te staan.”
Solidariteit
“Wonen is ook rekening houden met elkaar”, vindt Kees. “Nachtaanwezigheid is voor de een belangrijker dan voor de ander. En van de huiskamer maakt niet iedereen evenveel gebruik. Dat die voorzieningen er toch zijn, is op basis van solidariteit.” Veelzeggend is de manier waarop je een zorgzwaartepakket interpreteert. “Neem je de tekst letterlijk, in de zin van ‘daar heb ik recht op’? Of lees je het als ‘zo komt het in de praktijk vaak voor’. Daar hebben we veel over moeten praten. Nog steeds trouwens. In het eerste geval heeft de zorgaanbieder nogal wat verplichtingen, en de cliënt vooral rechten. Een zorgaanbieder kan daaraan alleen tegemoet komen als hij kiest voor homogene, liefst wat grotere groepen.”
Zorg- en ondersteuningsplan
Kees heeft nog geen voorbeelden van cliënten die rechten opeisen. “We voeren nu eigenlijk voornamelijk gesprekken met mensen die al jaren lekker bij ons wonen. Het zal zich eerder aandienen bij nieuwe cliënten.” Die gesprekken gaan over het zorg- en ondersteuningsplan. Dat maakt iedere bewoner met zijn persoonlijk begeleider. Hierin staat het hoe, wanneer en wat van de zorg. En de doelen die cliënt en begeleider zich stellen. Het zorg- en ondersteuningsplan is in feite een inhoudelijke uitwerking van de zorgarrangementen waar Promens Care mee werkt: vertalingen van de verschillende zorgzwaartepakketten naar wat een cliënt bij hen mag verwachten.
Hiaten
Tot voor kort regelden de woonvoorzieningen de meeste zaken zelf. Nu zijn er cliëntenconsulenten die de centrale intake voor alle nieuwe bewoners doen. Sinds de introductie van zorgzwaartebekostiging zijn ze ook verantwoordelijk voor alle (her)indicaties. Kees: “Wij hebben zo’n 1200 cliënten die bij ons wonen, 800 in de gehandicaptensector en 400 in de sector geestelijke gezondheidszorg. Die kregen allemaal een nieuwe indicatie.” Als geen ander kennen de cliëntenconsulenten de weg binnen de zorgzwaartepakketten. “Ze zien de hiaten in het systeem. Bijvoorbeeld dat voor bewoners met een meervoudige beperking en ook voor kinderen nog geen passend pakket bestaat. En bij aanvragen weten ze de juiste bewoordingen te kiezen. Ze zijn een onmisbare schakel tussen de werkvloer en het CIZ.”
Cliëntenconsulent aan het woord: Jantje Hut, sector verstandelijk gehandicapten Promens Care
“Ik denk al in zorgzwaartepakketten”
“Cliëntenconsulenten zijn de poort van de organisatie. Wij plaatsen de cliënten. Daarvoor heb ik ook goed contact met de aanmelders, bijvoorbeeld met MEE. Ik beoordeel welke locatie het meest geschikt is. Als een cliënt eenmaal bij ons is, zorg ik ook voor de (her)indicaties. Verder fungeer ik voor locatiehoofden als vraagbaak. Vooral omdat de indicaties lastiger zijn geworden met de komst van de zorgzwaartebekostiging. Toen de indicatie nog uit functies bestond, kon je een herindicatie voor één functie aanvragen. Bijvoorbeeld voor persoonlijke verzorging, wanneer een cliënt een been had gebroken. Met zorgzwaartepakketten bestaat die mogelijkheid niet.
Zorgzwaartepakketten zijn wel duidelijk. Dat komt vooral door de profielen. Die geven je al een beeld van de groep cliënten die daaronder valt. Als ik nu een indicatie aanvraag, denk ik al in zorgzwaartepakketten. Soms komen er mensen bij ons die nog helemaal geen indicatie hebben. Zij hebben bijvoorbeeld tot hun vijftigste bij hun ouders op de boerderij gewoond. Wanneer een problematische situatie ontstaat, kunnen ze gebruik maken van ons crisishuis. Dat huis is ook bedoeld voor andere crisissituaties, zowel voor interne als externe cliënten. Hiervoor vragen we een spoedindicatie aan. Deze wordt voor maximaal drie maanden afgegeven.
Het CIZ werkt met vernieuwde richtlijnen, wil hele specifieke diagnostiek hebben. Dat begrijp ik wel, maar ze vragen ook psychologische onderzoeken van mensen die al dertig jaar bij ons wonen. Deze cliënten kunnen we vaak geen test meer laten doen. Het gaat ook wat ver, vind ik. Ze hebben in het verleden een geldige indicatie ontvangen. Ze zitten echt niet voor niets al zo lang in een woonvoorziening.”
Cliëntenconsulent aan het woord: Gretha Boelman, sector geestelijke gezondheidszorg Promens Care
“Ik spreek de taal van de AWBZ”
“Cliënten die zich aanmelden voor wonen, begeleid ik daarnaartoe. En ik vraag herindicaties aan. Dat laatste neemt wel steeds meer uren in beslag. Dat is een gevolg van zorgzwaartebekostiging. Herindicaties vragen meer inhoudelijke onderbouwing dan een paar jaar geleden. Bovendien kost het meer tijd dan voorheen. Stel dat je een cliënt hebt die eerst niet voor dagbesteding in aanmerking kwam, maar nu wel. Dan moet je het hele zorgzwaartepakket opnieuw aanvragen, alles weer invullen. Terwijl het maar één stap in de hele aanvraag is. We moeten ervoor waken dat de langdurige zorg te bureaucratisch wordt. Daar ben ik wel hoopvol over gestemd. Eenvoudige herindicaties, bijvoorbeeld uitbreiding met dagbesteding, mogen we binnenkort zelf doen.
Onze sector GGZ voert intakegesprekken met de potentiële cliënten. Bij voorkeur bij de mensen thuis. Dat maakt het beeld dat je al uit de rapportages hebt gevormd net wat completer en genuanceerder. Die intakes zijn het meest boeiende aspect van mijn werk. Mijn uitdaging is een passende indicatie krijgen. Daarbij komt mijn kennis van de regelgeving goed van pas. Ik ben de schakel tussen de inhoudelijke informatie vanuit de begeleiders en het CIZ. Ik weet welke bewoordingen ik moet kiezen. Want ik spreek de taal van de AWBZ en het CIZ.”
Dit interview verscheen eerder in nieuwsbrief Zorgzwaartebekostiging nummer 11, maart 2010